Rij windturbines langs een akker in het Friese landschap bij Hallum
Zon en wind

Batterij bij een windpark: wat wind anders maakt dan zon

Wind vult een aansluiting veel voller dan zon en levert dagen achter elkaar door. Wat dat betekent voor de omvang van de batterij en waar de opbrengst dan vandaan komt.

KennisbankZon en wind7 min lezen

Bij een zonnepark is het verhaal eenvoudig: de zon schijnt vier tot zes uur te hard, de prijs zakt weg, de batterij vangt het op en levert het ’s avonds. Bij een windpark klopt dat verhaal niet, en dat is de belangrijkste reden waarom een doorrekening er anders uitziet.

Wind vult de kabel veel voller

Een zonnepark op veld haalt in Nederland ongeveer 950 vollasturen per jaar. Wind op land zit, afhankelijk van de windsnelheid op de locatie en de ashoogte van de turbines, tussen de 2.350 en ruim 4.000 uur. Over heel Nederland kwam wind op land in 2024 uit op ongeveer 18.000 GWh bij een opgesteld vermogen van bijna 7.000 MW — ruwweg 2.600 uur, gerekend met het vermogen aan het eind van dat jaar.

Vollasturen per jaar, zon tegenover windZon op veld en wind op land bij verschillende windsnelheden en ashoogtes, zoals gehanteerd in het begrippenkader van de RES. Vollasturen zeggen hoe vol een aansluiting het jaar door zit.
950Zon op veld2.350Wind, matige wind2.950Wind, gemiddeld4.050Wind, kustlocatie

Bron: Begrippenkader RES wind-op-land en zon-PV

Dat verschil bepaalt waar de winst zit. Bij een zonnepark staat de aansluiting het overgrote deel van het jaar grotendeels leeg, en die ruimte krijgt een batterij er bijna gratis bij. Bij een windpark is er minder vrije ruimte op dezelfde kabel. De businesscase leunt daardoor minder op het verschuiven van eigen productie en meer op twee andere dingen.

Wind komt in dagen, niet in uren

Het tweede verschil is de vorm van het overschot. Een zonnepark heeft elke zonnige dag een overschot van een paar uur, netjes rond het middaguur, en elke nacht een lege batterij om het in te stoppen. Een windpark heeft bij een storing in de prijs geen paar uur te veel maar soms twee of drie dagen achter elkaar.

Die overproductie is met geen enkele betaalbare batterij volledig op te vangen. Wie een batterij koopt om een windstorm helemaal te bergen, koopt er een die veel te groot is en het grootste deel van het jaar stilstaat.

Wat wel werkt, is het topje van de piek eraf halen. De aansluiting van een windpark is gedimensioneerd op een piek die maar enkele uren per jaar voorkomt. Wordt die piek afgevlakt, dan draagt dezelfde kabel meer kilowatturen per jaar — zonder verzwaring, en zonder wachtrij bij de netbeheerder. Dat is ook de route waarmee een uitbreiding van het park soms alsnog past.

Verdienen als het niet waait

Het derde stuk is het deel dat bij wind vaak zwaarder weegt dan bij zon. Een windpark levert een groot deel van het jaar weinig of niets, terwijl de aansluiting er onverminderd ligt. In die uren handelt de batterij op de day-ahead-, onbalans- en reservemarkten van TenneT.

Dat verdienmodel heeft niets met uw turbines te maken. Het loopt door in een windstille week in augustus, en het is bij veel windparken de post die de som sluitend maakt. Welke markten dat precies zijn en hoe ze op elkaar stapelen, staat in waar een batterij aan verdient.

Terugregelen: van verlies naar keuze

Terugregelen bij een lage of negatieve prijs heet curtailment, en het gebeurt steeds vaker. Waar piekproductie vijf jaar geleden een paar keer per jaar tot problemen leidde, is het nu een normaal onderdeel van de bedrijfsvoering van een windpark.

Er zijn meerdere manieren om daarmee om te gaan: terugregelen bij een negatieve prijs, meebewegen met de onbalansmarkt, een capaciteitsbeperkingscontract met de netbeheerder, een PPA die het prijsrisico afdekt — of opslag. Die opties sluiten elkaar niet uit; een batterij maakt de keuze breder in plaats van dat hij de andere vervangt. Meer daarover in negatieve prijzen en afschakelen.

Wat er praktisch bij komt kijken

Een batterij op de aansluiting van een bestaand park is toegestaan; dat heet cable pooling. De netbeheerder stelt voorwaarden aan hoe de kabel wordt verdeeld en hoe de beveiliging werkt.

De SDE++ van het park blijft lopen. Wel moet meetbaar blijven welke energie uit de turbines komt en welke uit de batterij, want alleen de eerste telt voor de subsidie. Dat regelen we met aparte meting. Bij een park met een lopende beschikking wordt de batterij daarom meestal zo ingericht dat hij van het net laadt en niet uit de turbines.

De ruimte is zelden het probleem. Reken op ongeveer tweehonderd vierkante meter per megawatt, en die ruimte ligt bij een windpark meestal bij het inkoopstation waar de kabels toch al samenkomen. Dat scheelt kabellengte, en kabellengte is geld.

Waar wij dit doen

Bij Hallum staat onze batterij bij de laatste van acht turbines op een rij. In Dalfsen zit opslag achter één aansluiting samen met zon en biogas. In beide gevallen gaat het om een bestaande aansluiting die beter wordt benut, niet om een nieuwe.

De eerste stap

Een doorrekening op uw eigen productieprofiel en aansluiting. Wij vragen daarvoor alleen wat u uit uw hoofd weet: waar het park staat, hoeveel MW er staat en wat er aan aansluiting ligt. Het jaarverbruik, de netbeheerder en de kwartierdata zoeken wij zelf op.

Meer over wat een batterij bij een park aan de zonkant doet, staat in batterij bij een zonnepark. De pagina voor windparkeigenaren zelf is batterijopslag bij windparken.

Korte antwoorden

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een batterij bij een windpark en bij een zonnepark?

Het verbruik van de aansluiting. Een zonnepark op veld haalt in Nederland ongeveer 950 vollasturen per jaar; wind op land zit tussen de 2.350 en ruim 4.000 vollasturen, afhankelijk van de windsnelheid en de ashoogte. Bij een zonnepark staat de kabel dus veel vaker leeg en krijgt een batterij die ruimte bijna gratis mee. Bij een windpark is er minder vrije ruimte, en verschuift het zwaartepunt van de businesscase naar het afvlakken van de piek en naar handelen op de markten in de uren dat het niet waait.

Begrippenkader RES voor wind op land en zon-PV

Hoe groot moet een batterij bij een windpark zijn?

Kleiner dan mensen verwachten. Een windpark levert bij een storing in de prijs niet vier uur te veel, maar soms twee of drie dagen. Die overproductie is met geen enkele betaalbare batterij helemaal op te vangen, en dat hoeft ook niet. Wat wel loont, is het topje van de piek eraf halen zodat de kabel meer energie per jaar draagt, en een batterij die de rest van het jaar op de markten meedoet. In de doorrekening komt de omvang uit uw eigen productieprofiel, niet uit een vuistregel.

Mag een batterij op de aansluiting van mijn windpark?

Ja. Dat heet cable pooling en het is uitdrukkelijk toegestaan. Meerdere installaties delen dan één aansluiting, wat logisch is omdat wind, zon en opslag zelden tegelijk op vol vermogen zitten. De netbeheerder stelt voorwaarden aan de verdeling van de kabel en aan de beveiliging; die regelen wij mee.

Wat gebeurt er met mijn SDE++ als er een batterij bij komt?

Die blijft lopen. Wel moet meetbaar blijven welke energie uit de turbines komt en welke uit de batterij, want alleen de eerste telt voor de subsidie. Dat wordt geregeld met aparte meting achter de aansluiting. Stroom die eerst de batterij in gaat en later wordt geleverd, valt onder de huidige regels niet vanzelf onder de beschikking; daarom wordt een batterij bij een park met een lopende SDE meestal zo ingericht dat hij vooral van het net laadt en niet uit de turbines.

Verdient een batterij ook iets als het niet waait?

Juist dan. Een windpark staat een groot deel van het jaar stil of levert weinig, terwijl de aansluiting er wel ligt. In die uren handelt de batterij op de day-ahead-, onbalans- en reservemarkten van TenneT. Dat is een verdienmodel dat niets met wind te maken heeft en dat doorloopt in een windstille week.

Hoeveel ruimte kost een batterij op een windpark?

Ongeveer 200 vierkante meter per megawatt, inclusief omvormers, transformator, onderlinge afstand voor brandveiligheid en een toegangsweg. Op een windpark is die ruimte meestal te vinden bij het inkoopstation, waar de kabels toch al samenkomen. Dat scheelt kabellengte en dus geld.

Stel uw eigen vraag aan AQ