Zonnepanelen boven de rand van een bedrijfsdak tegen een blauwe lucht
Zon en wind

Energiecoöperaties onder druk: wat opslag wel en niet oplost

Coöperatieve zon- en windparken staan financieel onder druk. Waar dat vandaan komt, wat een batterij daaraan verandert, en waar hij niets aan doet.

KennisbankZon en wind8 min lezen

Een coöperatief zonnepark was tien jaar geleden een verhaal met een goede afloop: honderden leden uit het dorp, een park op een stuk grond van de buurman, een rendement waar niemand rijk van werd maar dat wel klopte. Dat verhaal is niet af, maar het is wel moeilijker geworden.

Wat er precies knelt

Er is niet één oorzaak. Er zijn er drie, en ze werken tegelijk.

De prijs verdwijnt op de beste dagen. Het aantal uren waarin de day-ahead prijs in Nederland onder nul zakt liep op van ongeveer zeventig in 2021 naar bijna zeshonderd in 2025. Die uren vallen vrijwel altijd samen met het middaguur van een zonnige dag, precies wanneer een zonnepark op vol vermogen draait. Wie dan doorlevert, legt geld toe. Wie terugregelt, produceert niets.

Uren met een negatieve day-ahead prijs in NederlandDe uren waarin een producent moet toeleggen om te leveren. Tellingen verschillen licht per bron door methodiek en peildatum.
702021852022316202345820245842025

Bron: Solar Magazine en ANP, op basis van day-ahead prijzen

De netkosten lopen op. Een windpark van 6 MW betaalde in 2021 ongeveer duizend euro per maand aan transport. In 2025 was dat ruim tweeduizend. Voor een project dat het van een dunne marge moet hebben, is een verdubbeling van een vaste post geen detail.

De bank gaat minder ver mee. Waar een project vroeger voor tachtig tot negentig procent met vreemd vermogen werd gefinancierd, is dat nu zestig tot zeventig procent. Het verschil moeten de leden zelf inleggen. Voor een coöperatie die haar geld ophaalt bij dorpsgenoten is dat een andere opgave dan voor een investeerder met een fonds.

Hoe groot is dit probleem?

Nederland telt ongeveer zevenhonderd energiecoöperaties. Minder dan een op de vijf daarvan heeft een werkend zon- of windpark; de rest doet iets anders, of is er nog niet. Van alle zonneparken in Nederland was eind 2024 ongeveer een vijfde in lokale handen, en bewonerscoöperaties zelf bezaten daarvan maar een klein deel.

Aandeel in lokale handen, eind 2024Lokaal eigendom telt ook gemeenten, lokale ondernemers en boeren mee. Het aandeel van bewonerscoöperaties zelf ligt daar ver onder.
21,3Zon, lokaal3,7Zon, coöperatie43,8Wind, lokaal7,6Wind, coöperatie

Bron: Solar Magazine, op basis van onderzoek van Anne Marieke Schwencke

Dat maakt het probleem overzichtelijker dan de krantenkoppen suggereren, en tegelijk urgenter voor wie er middenin zit. Het gaat om een beperkt aantal parken, maar voor de coöperatie die er een heeft gaat het om alles.

De discussie zelf

Hier zijn twee lezingen van dezelfde cijfers, en het is eerlijker om ze allebei te noemen.

Onderzoeker Anne Marieke Schwencke concludeert dat coöperaties niet uitsluiten dat er binnen één à twee jaar projecten failliet gaan, en pleit voor een tijdelijk noodfonds of overbruggingskrediet. Energie Samen, de koepel, richtte in de zomer van 2025 een crisisteam op maar wijst een generiek noodfonds af. Voorzitter Siward Zomer stelt dat een goed georganiseerd coöperatief zonnepark ook onder de huidige omstandigheden gewoon rendabel te exploiteren is. De sleutel zit volgens hem in actief operationeel beheer: niet alleen je stroom op day-ahead verkopen, maar ook intraday handelen en flexibel regelen.

Wij hebben geen oordeel over het noodfonds. Wel valt op dat beide partijen op hetzelfde punt uitkomen: een park dat zijn stroom één keer per dag verkoopt tegen de prijs van dat moment, heeft geen instrument meer om zich tegen die prijs te verweren.

Wat een batterij daar wel aan doet

Opslag verandert twee dingen aan een park.

Het eerste is het meest zichtbare: de uren waarin het park nu terugregelt, worden laaduren. Dezelfde kilowatturen komen er ’s avonds uit, wanneer het net krap is en de prijs hoog. Het park hoeft niet meer stil bij de mooiste dag van het jaar.

Het tweede is minder zichtbaar en meestal groter. Een zonnepark gebruikt zijn volle aansluiting maar een paar honderd uur per jaar. De rest van het jaar staat die capaciteit er ongebruikt bij, terwijl de coöperatie er wel voor betaalt. Een batterij op dezelfde aansluiting handelt in die uren op de day-ahead-, onbalans- en reservemarkten van TenneT. Dat is een tweede verdienmodel bovenop het park, en het werkt ook in een week zonder zon. Zie waar een batterij aan verdient.

Dat een batterij op de aansluiting van een bestaand park mag staan, is geregeld: dat heet cable pooling.

Wat een batterij niet doet

Drie dingen, en het is beter ze vooraf te weten.

Een batterij verlaagt de netkosten van de bestaande aansluiting niet. Afhankelijk van de contractvorm kunnen die zelfs stijgen. De winst zit aan de opbrengstkant, niet in de vaste lasten.

Een batterij kost geld. Voor een coöperatie die haar vermogen al bij de leden heeft opgehaald, is een tweede ronde zelden de makkelijkste weg.

En een batterij vraagt professionele aansturing. De opbrengst komt uit markten die de hele dag en de hele nacht doorlopen, met biedingen die per kwartier veranderen. Dat is geen bestuurstaak voor een avond in de maand.

Drie manieren waarop het wél kan

De coöperatie investeert zelf en wij exploiteren. De batterij staat op de balans van de coöperatie, het lokale eigendom wordt groter in plaats van kleiner, en de aansturing besteedt u uit.

Samen investeren. Ieder een deel van het kapitaal, ieder een deel van de opbrengst. Dit is de vorm die het vaakst past wanneer de coöperatie wel mee wil doen maar niet het hele bedrag kan ophalen.

Wij financieren en exploiteren alles. De coöperatie levert de aansluiting en de ruimte en krijgt een vergoeding. Er komt geen investering op de balans en het park zelf blijft volledig van de coöperatie.

De drie modellen staan naast elkaar in zelf investeren, leasen of samen.

Lokaal eigendom hoeft er niet onder te lijden

Een zorg die we vaak horen: als er een commerciële partij in het project komt, is het geen lokaal project meer. Dat hoeft niet zo te zijn. De batterij is een aparte installatie met een eigen eigendomsstructuur; het park blijft van wie het was. En in elk van de drie modellen hierboven kan worden vastgelegd dat de coöperatie een deel van de batterij houdt of later kan overnemen.

Wat wij ervan vinden, staat ook in de manier waarop we werken: we zijn ontwikkelaar, geen installateur. We stappen zelf in de projecten die we doorrekenen. Dat betekent dat we de som eerlijk moeten maken, en dat we het ook zeggen wanneer er bij u niets te halen valt.

De eerste stap

Een doorrekening op het eigen productieprofiel en de eigen aansluiting van het park. Daar hebben we weinig voor nodig: waar het park staat, hoe groot het is en wat er aan aansluiting ligt. De rest zoeken wij op.

Een coöperatie die overweegt het park te verkopen in plaats van er opnieuw in te investeren, kan ook dat gesprek met ons voeren. Wat daarbij komt kijken staat op overname van zonneparken.

Korte antwoorden

Veelgestelde vragen

Waarom staan coöperatieve zonneparken financieel onder druk?

Drie dingen komen tegelijk. Het aantal uren met een negatieve stroomprijs liep op van ongeveer 70 in 2021 naar ongeveer 584 in 2025, en dat zijn precies de uren waarin een zonnepark het hardst produceert. De netkosten stegen fors: een windpark van 6 MW betaalde in 2021 ongeveer 1.000 euro per maand en in 2025 ongeveer 2.100 euro. En banken financieren minder ver dan voorheen, van 80 tot 90 procent naar 60 tot 70 procent, waardoor de eigenaren zelf 30 tot 40 procent moeten inbrengen.

Solar Magazine over het onderzoek van Anne Marieke Schwencke

Hoeveel Nederlandse energiecoöperaties hebben een eigen park?

Nederland telt ongeveer 700 energiecoöperaties. Minder dan twintig procent daarvan heeft een werkend zon- of windpark. Van alle zonneparken was eind 2024 ongeveer 21,3 procent in lokale handen en van de windparken 43,8 procent; bewonerscoöperaties zelf bezaten 3,7 procent van de zonneparken en 7,6 procent van de windenergie.

Solar Magazine over het onderzoek van Anne Marieke Schwencke

Moet er een noodfonds komen voor coöperatieve zonneparken?

Daarover lopen de meningen uiteen. Het onderzoek van Anne Marieke Schwencke pleit voor een tijdelijk noodfonds of overbruggingskrediet, omdat coöperaties niet uitsluiten dat er binnen één à twee jaar projecten omvallen. Energie Samen vindt een generiek noodfonds niet nodig: voorzitter Siward Zomer stelt dat goed georganiseerde coöperatieve zonneparken ook nu gewoon rendabel te exploiteren zijn, mits er actief operationeel beheer is en niet alleen op day-ahead wordt verkocht.

Solar365

Wat lost een batterij op bij een coöperatief zonnepark?

Twee dingen. De uren waarin het park nu terugregelt omdat de prijs nul of negatief is, worden laaduren: dezelfde zonnestroom komt er later uit, op een moment dat hij wel geld waard is. En de aansluiting die het park maar een paar honderd uur per jaar volledig gebruikt, gaat de rest van het jaar meedoen op de onbalans- en reservemarkten. Dat is een tweede inkomstenstroom op capaciteit waarvoor de coöperatie al betaalt.

Wat lost een batterij niet op?

Een batterij verlaagt de bestaande netkosten van het park niet; afhankelijk van de contractvorm kunnen ze zelfs stijgen. Hij vraagt kapitaal dat veel coöperaties niet vrij hebben. En hij vraagt professionele aansturing, want de opbrengst komt uit handelen op markten die de hele dag doorlopen. Een batterij die alleen zonnestroom verschuift en verder stilstaat, verdient zichzelf zelden terug.

Kan een coöperatie een batterij krijgen zonder zelf te investeren?

Ja. Wij financieren, bouwen en exploiteren de batterij op de aansluiting van het park en delen de opbrengst met de coöperatie. Het lokale eigendom van het park zelf blijft ongewijzigd. Wil de coöperatie juist wel meedoen in de batterij, dan kan dat ook, tot en met volledig eigendom met exploitatie door ons.

Stel uw eigen vraag aan AQ